Vervoeging van omklemmen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omklemmen
to clasp
weak
Tegenwoordige tijd (ik)omklem
Verleden tijd (ik)omklemde
Voltooid deelwoordomklemd
Volledige vervoeging van het werkwoord omklemmen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik omklem
jij omklemt (inversie: omklem jij)
u omklemt
hij/zij/het omklemt
wij omklemmen
jullie omklemmen
zij omklemmen

Verleden tijd

ik omklemde
jij omklemde
u omklemde
hij/zij/het omklemde
wij omklemden
jullie omklemden
zij omklemden

Gebiedende wijs

Imperatief

omklem

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omklemmen

Gerundium

omklemmen

Onvoltooid deelwoord

omklemmend

Voltooid deelwoord

omklemd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.