Vervoeging van omkeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omkeren
to turn around
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)keer om
Verleden tijd (ik)keerde om
Voltooid deelwoordomgekeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord omkeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik keer om
jij keert om (inversie: keer om jij)
u keert om
hij/zij/het keert om
wij keren om
jullie keren om
zij keren om

Verleden tijd

ik keerde om
jij keerde om
u keerde om
hij/zij/het keerde om
wij keerden om
jullie keerden om
zij keerden om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omkeer
(dat) jij omkeert
(dat) u omkeert
(dat) hij/zij/het omkeert
(dat) wij omkeren
(dat) jullie omkeren
(dat) zij omkeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omkeerde
(dat) jij omkeerde
(dat) u omkeerde
(dat) hij/zij/het omkeerde
(dat) wij omkeerden
(dat) jullie omkeerden
(dat) zij omkeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

keer om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omkeren

Gerundium

omkeren

Onvoltooid deelwoord

omkerend

Voltooid deelwoord

omgekeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.