Vervoeging van omhakken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omhakken
to chop down, to fell (chiefly of trees, plants, etc.)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)hak om
Verleden tijd (ik)hakte om
Voltooid deelwoordomgehakt
Volledige vervoeging van het werkwoord omhakken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hak om
jij hakt om (inversie: hak om jij)
u hakt om
hij/zij/het hakt om
wij hakken om
jullie hakken om
zij hakken om

Verleden tijd

ik hakte om
jij hakte om
u hakte om
hij/zij/het hakte om
wij hakten om
jullie hakten om
zij hakten om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omhak
(dat) jij omhakt
(dat) u omhakt
(dat) hij/zij/het omhakt
(dat) wij omhakken
(dat) jullie omhakken
(dat) zij omhakken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omhakte
(dat) jij omhakte
(dat) u omhakte
(dat) hij/zij/het omhakte
(dat) wij omhakten
(dat) jullie omhakten
(dat) zij omhakten

Gebiedende wijs

Imperatief

hak om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omhakken

Gerundium

omhakken

Onvoltooid deelwoord

omhakkend

Voltooid deelwoord

omgehakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.