2 verschillende werkwoorden « omgaan »:
omgaan — to go around · omgaan — to go around completely
to go around
Tegenwoordige tijd (ik)ga om
Verleden tijd (ik)ging om
Voltooid deelwoordomgegaan
Volledige vervoeging van het werkwoord omgaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ga om
jij gaat om (inversie: ga om jij)
u gaat om
hij/zij/het gaat om
wij gaan om
jullie gaan om
zij gaan om
Verleden tijd
ik ging om
jij ging om
u ging om
hij/zij/het ging om
wij gingen om
jullie gingen om
zij gingen om
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik omga
(dat) jij omgaat
(dat) u omgaat
(dat) hij/zij/het omgaat
(dat) wij omgaan
(dat) jullie omgaan
(dat) zij omgaan
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik omging
(dat) jij omging
(dat) u omging
(dat) hij/zij/het omging
(dat) wij omgingen
(dat) jullie omgingen
(dat) zij omgingen
Gebiedende wijs
Imperatief
ga om
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
omgaan
Gerundium
omgaan
Onvoltooid deelwoord
omgaand
Voltooid deelwoord
omgegaan
to go around completely
Tegenwoordige tijd (ik)omga
Verleden tijd (ik)omging
Voltooid deelwoordomgaan
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik omga
jij omgaat (inversie: omga jij)
u omgaat
hij/zij/het omgaat
wij omgaan
jullie omgaan
zij omgaan
Verleden tijd
ik omging
jij omging
u omging
hij/zij/het omging
wij omgingen
jullie omgingen
zij omgingen
Gebiedende wijs
Imperatief
omga
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
omgaan
Gerundium
omgaan
Onvoltooid deelwoord
omgaand
Voltooid deelwoord
omgaan
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.