Vervoeging van omdoen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

omdoen
to put on clothes or objects that are worn around (such as scarves or bracelets)
irregular separable
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)doe om
Verleden tijd (ik)deed om
Voltooid deelwoordomgedaan
Volledige vervoeging van het werkwoord omdoen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik doe om
jij doet om (inversie: doe om jij)
u doet om
hij/zij/het doet om
wij doen om
jullie doen om
zij doen om

Verleden tijd

ik deed om
jij deed om
u deed om
hij/zij/het deed om
wij deden om
jullie deden om
zij deden om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik omdoe
(dat) jij omdoet
(dat) u omdoet
(dat) hij/zij/het omdoet
(dat) wij omdoen
(dat) jullie omdoen
(dat) zij omdoen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik omdeed
(dat) jij omdeed
(dat) u omdeed
(dat) hij/zij/het omdeed
(dat) wij omdeden
(dat) jullie omdeden
(dat) zij omdeden

Gebiedende wijs

Imperatief

doe om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

omdoen

Gerundium

omdoen

Onvoltooid deelwoord

omdoend

Voltooid deelwoord

omgedaan

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.