Vervoeging van ombrengen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ombrengen
to kill
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breng om
Verleden tijd (ik)bracht om
Voltooid deelwoordomgebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord ombrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breng om
jij brengt om (inversie: breng om jij)
u brengt om
hij/zij/het brengt om
wij brengen om
jullie brengen om
zij brengen om

Verleden tijd

ik bracht om
jij bracht om
u bracht om
hij/zij/het bracht om
wij brachten om
jullie brachten om
zij brachten om

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik ombreng
(dat) jij ombrengt
(dat) u ombrengt
(dat) hij/zij/het ombrengt
(dat) wij ombrengen
(dat) jullie ombrengen
(dat) zij ombrengen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik ombracht
(dat) jij ombracht
(dat) u ombracht
(dat) hij/zij/het ombracht
(dat) wij ombrachten
(dat) jullie ombrachten
(dat) zij ombrachten

Gebiedende wijs

Imperatief

breng om

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ombrengen

Gerundium

ombrengen

Onvoltooid deelwoord

ombrengend

Voltooid deelwoord

omgebracht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.