Vervoeging van normaliseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

normaliseren
to normalize, to make normal
weak
Tegenwoordige tijd (ik)normaliseer
Verleden tijd (ik)normaliseerde
Voltooid deelwoordgenormaliseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord normaliseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik normaliseer
jij normaliseert (inversie: normaliseer jij)
u normaliseert
hij/zij/het normaliseert
wij normaliseren
jullie normaliseren
zij normaliseren

Verleden tijd

ik normaliseerde
jij normaliseerde
u normaliseerde
hij/zij/het normaliseerde
wij normaliseerden
jullie normaliseerden
zij normaliseerden

Gebiedende wijs

Imperatief

normaliseer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

normaliseren

Gerundium

normaliseren

Onvoltooid deelwoord

normaliserend

Voltooid deelwoord

genormaliseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.