Vervoeging van noodzaken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

noodzaken
to force, to compel
weak
Tegenwoordige tijd (ik)noodzaak
Verleden tijd (ik)noodzaakte
Voltooid deelwoordgenoodzaakt
Volledige vervoeging van het werkwoord noodzaken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik noodzaak
jij noodzaakt (inversie: noodzaak jij)
u noodzaakt
hij/zij/het noodzaakt
wij noodzaken
jullie noodzaken
zij noodzaken

Verleden tijd

ik noodzaakte
jij noodzaakte
u noodzaakte
hij/zij/het noodzaakte
wij noodzaakten
jullie noodzaakten
zij noodzaakten

Gebiedende wijs

Imperatief

noodzaak

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

noodzaken

Gerundium

noodzaken

Onvoltooid deelwoord

noodzakend

Voltooid deelwoord

genoodzaakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.