to call, to name
Tegenwoordige tijd (ik)noem
Verleden tijd (ik)noemde
Voltooid deelwoordgenoemd
Volledige vervoeging van het werkwoord noemen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik noem
jij noemt (inversie: noem jij)
u noemt
hij/zij/het noemt
wij noemen
jullie noemen
zij noemen
Verleden tijd
ik noemde
jij noemde
u noemde
hij/zij/het noemde
wij noemden
jullie noemden
zij noemden
Gebiedende wijs
Imperatief
noem
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
noemen
Gerundium
noemen
Onvoltooid deelwoord
noemend
Voltooid deelwoord
genoemd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.