Vervoeging van neuzelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

neuzelen
to speak unclearly, as if through the nose; to mumble
weak
Tegenwoordige tijd (ik)neuzel
Verleden tijd (ik)neuzelde
Voltooid deelwoordgeneuzeld
Volledige vervoeging van het werkwoord neuzelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik neuzel
jij neuzelt (inversie: neuzel jij)
u neuzelt
hij/zij/het neuzelt
wij neuzelen
jullie neuzelen
zij neuzelen

Verleden tijd

ik neuzelde
jij neuzelde
u neuzelde
hij/zij/het neuzelde
wij neuzelden
jullie neuzelden
zij neuzelden

Gebiedende wijs

Imperatief

neuzel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

neuzelen

Gerundium

neuzelen

Onvoltooid deelwoord

neuzelend

Voltooid deelwoord

geneuzeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.