to speak unclearly, as if through the nose; to mumble
Tegenwoordige tijd (ik)neuzel
Verleden tijd (ik)neuzelde
Voltooid deelwoordgeneuzeld
Volledige vervoeging van het werkwoord neuzelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik neuzel
jij neuzelt (inversie: neuzel jij)
u neuzelt
hij/zij/het neuzelt
wij neuzelen
jullie neuzelen
zij neuzelen
Verleden tijd
ik neuzelde
jij neuzelde
u neuzelde
hij/zij/het neuzelde
wij neuzelden
jullie neuzelden
zij neuzelden
Gebiedende wijs
Imperatief
neuzel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
neuzelen
Gerundium
neuzelen
Onvoltooid deelwoord
neuzelend
Voltooid deelwoord
geneuzeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.