Vervoeging van nestelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

nestelen
to nest
weak
Tegenwoordige tijd (ik)nestel
Verleden tijd (ik)nestelde
Voltooid deelwoordgenesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord nestelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik nestel
jij nestelt (inversie: nestel jij)
u nestelt
hij/zij/het nestelt
wij nestelen
jullie nestelen
zij nestelen

Verleden tijd

ik nestelde
jij nestelde
u nestelde
hij/zij/het nestelde
wij nestelden
jullie nestelden
zij nestelden

Gebiedende wijs

Imperatief

nestel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

nestelen

Gerundium

nestelen

Onvoltooid deelwoord

nestelend

Voltooid deelwoord

genesteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.