Vervoeging van neerzetten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

neerzetten
to set down, deposit, put down
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zet neer
Verleden tijd (ik)zette neer
Voltooid deelwoordneergezet
Volledige vervoeging van het werkwoord neerzetten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zet neer
jij zet neer
u zet neer
hij/zij/het zet neer
wij zetten neer
jullie zetten neer
zij zetten neer

Verleden tijd

ik zette neer
jij zette neer
u zette neer
hij/zij/het zette neer
wij zetten neer
jullie zetten neer
zij zetten neer

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik neerzet
(dat) jij neerzet
(dat) u neerzet
(dat) hij/zij/het neerzet
(dat) wij neerzetten
(dat) jullie neerzetten
(dat) zij neerzetten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik neerzette
(dat) jij neerzette
(dat) u neerzette
(dat) hij/zij/het neerzette
(dat) wij neerzetten
(dat) jullie neerzetten
(dat) zij neerzetten

Gebiedende wijs

Imperatief

zet neer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

neerzetten

Gerundium

neerzetten

Onvoltooid deelwoord

neerzettend

Voltooid deelwoord

neergezet

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.