Vervoeging van neerstorten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

neerstorten
to crash down
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stort neer
Verleden tijd (ik)stortte neer
Voltooid deelwoordneergestort
Volledige vervoeging van het werkwoord neerstorten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stort neer
jij stort neer
u stort neer
hij/zij/het stort neer
wij storten neer
jullie storten neer
zij storten neer

Verleden tijd

ik stortte neer
jij stortte neer
u stortte neer
hij/zij/het stortte neer
wij stortten neer
jullie stortten neer
zij stortten neer

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik neerstort
(dat) jij neerstort
(dat) u neerstort
(dat) hij/zij/het neerstort
(dat) wij neerstorten
(dat) jullie neerstorten
(dat) zij neerstorten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik neerstortte
(dat) jij neerstortte
(dat) u neerstortte
(dat) hij/zij/het neerstortte
(dat) wij neerstortten
(dat) jullie neerstortten
(dat) zij neerstortten

Gebiedende wijs

Imperatief

stort neer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

neerstorten

Gerundium

neerstorten

Onvoltooid deelwoord

neerstortend

Voltooid deelwoord

neergestort

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.