to stab (in order to injure or kill)
Tegenwoordige tijd (ik)steek neer
Verleden tijd (ik)stak neer
Voltooid deelwoordneergestoken
Volledige vervoeging van het werkwoord neersteken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik steek neer
jij steekt neer (inversie: steek neer jij)
u steekt neer
hij/zij/het steekt neer
wij steken neer
jullie steken neer
zij steken neer
Verleden tijd
ik stak neer
jij stak neer
u stak neer
hij/zij/het stak neer
wij staken neer
jullie staken neer
zij staken neer
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik neersteek
(dat) jij neersteekt
(dat) u neersteekt
(dat) hij/zij/het neersteekt
(dat) wij neersteken
(dat) jullie neersteken
(dat) zij neersteken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik neerstak
(dat) jij neerstak
(dat) u neerstak
(dat) hij/zij/het neerstak
(dat) wij neerstaken
(dat) jullie neerstaken
(dat) zij neerstaken
Gebiedende wijs
Imperatief
steek neer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
neersteken
Gerundium
neersteken
Onvoltooid deelwoord
neerstekend
Voltooid deelwoord
neergestoken
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.