to go down, to descend
Tegenwoordige tijd (ik)ga neer
Verleden tijd (ik)ging neer
Voltooid deelwoordneergegaan
Volledige vervoeging van het werkwoord neergaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ga neer
jij gaat neer (inversie: ga neer jij)
u gaat neer
hij/zij/het gaat neer
wij gaan neer
jullie gaan neer
zij gaan neer
Verleden tijd
ik ging neer
jij ging neer
u ging neer
hij/zij/het ging neer
wij gingen neer
jullie gingen neer
zij gingen neer
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik neerga
(dat) jij neergaat
(dat) u neergaat
(dat) hij/zij/het neergaat
(dat) wij neergaan
(dat) jullie neergaan
(dat) zij neergaan
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik neerging
(dat) jij neerging
(dat) u neerging
(dat) hij/zij/het neerging
(dat) wij neergingen
(dat) jullie neergingen
(dat) zij neergingen
Gebiedende wijs
Imperatief
ga neer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
neergaan
Gerundium
neergaan
Onvoltooid deelwoord
neergaand
Voltooid deelwoord
neergegaan
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.