Vervoeging van neerdalen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

neerdalen
to descend, to go down
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)daal neer
Verleden tijd (ik)daalde neer
Voltooid deelwoordneergedaald
Volledige vervoeging van het werkwoord neerdalen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik daal neer
jij daalt neer (inversie: daal neer jij)
u daalt neer
hij/zij/het daalt neer
wij dalen neer
jullie dalen neer
zij dalen neer

Verleden tijd

ik daalde neer
jij daalde neer
u daalde neer
hij/zij/het daalde neer
wij daalden neer
jullie daalden neer
zij daalden neer

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik neerdaal
(dat) jij neerdaalt
(dat) u neerdaalt
(dat) hij/zij/het neerdaalt
(dat) wij neerdalen
(dat) jullie neerdalen
(dat) zij neerdalen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik neerdaalde
(dat) jij neerdaalde
(dat) u neerdaalde
(dat) hij/zij/het neerdaalde
(dat) wij neerdaalden
(dat) jullie neerdaalden
(dat) zij neerdaalden

Gebiedende wijs

Imperatief

daal neer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

neerdalen

Gerundium

neerdalen

Onvoltooid deelwoord

neerdalend

Voltooid deelwoord

neergedaald

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.