Vervoeging van nazinderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

nazinderen
to linger, to last, to resonate
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zinder na
Verleden tijd (ik)zinderde na
Voltooid deelwoordnagezinderd
Volledige vervoeging van het werkwoord nazinderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zinder na
jij zindert na (inversie: zinder na jij)
u zindert na
hij/zij/het zindert na
wij zinderen na
jullie zinderen na
zij zinderen na

Verleden tijd

ik zinderde na
jij zinderde na
u zinderde na
hij/zij/het zinderde na
wij zinderden na
jullie zinderden na
zij zinderden na

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik nazinder
(dat) jij nazindert
(dat) u nazindert
(dat) hij/zij/het nazindert
(dat) wij nazinderen
(dat) jullie nazinderen
(dat) zij nazinderen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik nazinderde
(dat) jij nazinderde
(dat) u nazinderde
(dat) hij/zij/het nazinderde
(dat) wij nazinderden
(dat) jullie nazinderden
(dat) zij nazinderden

Gebiedende wijs

Imperatief

zinder na

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

nazinderen

Gerundium

nazinderen

Onvoltooid deelwoord

nazinderend

Voltooid deelwoord

nagezinderd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.