to pursue, to follow in order to overtake (now chiefly in military contexts, formerly chiefly in the context of hunting)
Tegenwoordige tijd (ik)zet na
Verleden tijd (ik)zette na
Voltooid deelwoordnagezet
Volledige vervoeging van het werkwoord nazetten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zet na
jij zet na
u zet na
hij/zij/het zet na
wij zetten na
jullie zetten na
zij zetten na
Verleden tijd
ik zette na
jij zette na
u zette na
hij/zij/het zette na
wij zetten na
jullie zetten na
zij zetten na
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik nazet
(dat) jij nazet
(dat) u nazet
(dat) hij/zij/het nazet
(dat) wij nazetten
(dat) jullie nazetten
(dat) zij nazetten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik nazette
(dat) jij nazette
(dat) u nazette
(dat) hij/zij/het nazette
(dat) wij nazetten
(dat) jullie nazetten
(dat) zij nazetten
Gebiedende wijs
Imperatief
zet na
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
nazetten
Gerundium
nazetten
Onvoltooid deelwoord
nazettend
Voltooid deelwoord
nagezet
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.