Vervoeging van nazeggen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

nazeggen
to repeat after, to say the same as
irregular separable weak
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)zeg na
Verleden tijd (ik)zei na / zegde na
Voltooid deelwoordnagezegd
Volledige vervoeging van het werkwoord nazeggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zeg na
jij zegt na (inversie: zeg na jij)
u zegt na
hij/zij/het zegt na
wij zeggen na
jullie zeggen na
zij zeggen na

Verleden tijd

ik zei na / zegde na
jij zei na (inversie: zegde na jij)
u zei na / zegde na
hij/zij/het zei na / zegde na
wij zeiden na / zegden na
jullie zeiden na / zegden na
zij zeiden na / zegden na

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik nazeg
(dat) jij nazegt
(dat) u nazegt
(dat) hij/zij/het nazegt
(dat) wij nazeggen
(dat) jullie nazeggen
(dat) zij nazeggen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik nazei / nazegde
(dat) jij nazei / nazegde
(dat) u nazei / nazegde
(dat) hij/zij/het nazei / nazegde
(dat) wij nazeiden / nazegden
(dat) jullie nazeiden / nazegden
(dat) zij nazeiden / nazegden

Gebiedende wijs

Imperatief

zeg na

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

nazeggen

Gerundium

nazeggen

Onvoltooid deelwoord

nazeggend

Voltooid deelwoord

nagezegd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.