Vervoeging van navuilen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

navuilen
Of an animal: to deliver its afterbirth or placenta; to glean
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vuil na
Verleden tijd (ik)vuilde na
Voltooid deelwoordnagevuild
Volledige vervoeging van het werkwoord navuilen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vuil na
jij vuilt na (inversie: vuil na jij)
u vuilt na
hij/zij/het vuilt na
wij vuilen na
jullie vuilen na
zij vuilen na

Verleden tijd

ik vuilde na
jij vuilde na
u vuilde na
hij/zij/het vuilde na
wij vuilden na
jullie vuilden na
zij vuilden na

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik navuil
(dat) jij navuilt
(dat) u navuilt
(dat) hij/zij/het navuilt
(dat) wij navuilen
(dat) jullie navuilen
(dat) zij navuilen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik navuilde
(dat) jij navuilde
(dat) u navuilde
(dat) hij/zij/het navuilde
(dat) wij navuilden
(dat) jullie navuilden
(dat) zij navuilden

Gebiedende wijs

Imperatief

vuil na

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

navuilen

Gerundium

navuilen

Onvoltooid deelwoord

navuilend

Voltooid deelwoord

nagevuild

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.