Vervoeging van natrekken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

natrekken
to investigate if something is correct
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)trek na
Verleden tijd (ik)trok na
Voltooid deelwoordnagetrokken
Volledige vervoeging van het werkwoord natrekken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik trek na
jij trekt na (inversie: trek na jij)
u trekt na
hij/zij/het trekt na
wij trekken na
jullie trekken na
zij trekken na

Verleden tijd

ik trok na
jij trok na
u trok na
hij/zij/het trok na
wij trokken na
jullie trokken na
zij trokken na

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik natrek
(dat) jij natrekt
(dat) u natrekt
(dat) hij/zij/het natrekt
(dat) wij natrekken
(dat) jullie natrekken
(dat) zij natrekken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik natrok
(dat) jij natrok
(dat) u natrok
(dat) hij/zij/het natrok
(dat) wij natrokken
(dat) jullie natrokken
(dat) zij natrokken

Gebiedende wijs

Imperatief

trek na

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

natrekken

Gerundium

natrekken

Onvoltooid deelwoord

natrekkend

Voltooid deelwoord

nagetrokken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.