to stay at the table after eating in order to continue talking
Tegenwoordige tijd (ik)tafel na
Verleden tijd (ik)tafelde na
Voltooid deelwoordnagetafeld
Volledige vervoeging van het werkwoord natafelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik tafel na
jij tafelt na (inversie: tafel na jij)
u tafelt na
hij/zij/het tafelt na
wij tafellen na
jullie tafellen na
zij tafellen na
Verleden tijd
ik tafelde na
jij tafelde na
u tafelde na
hij/zij/het tafelde na
wij tafelden na
jullie tafelden na
zij tafelden na
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik natafel
(dat) jij natafelt
(dat) u natafelt
(dat) hij/zij/het natafelt
(dat) wij natafellen
(dat) jullie natafellen
(dat) zij natafellen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik natafelde
(dat) jij natafelde
(dat) u natafelde
(dat) hij/zij/het natafelde
(dat) wij natafelden
(dat) jullie natafelden
(dat) zij natafelden
Gebiedende wijs
Imperatief
tafel na
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
natafellen
Gerundium
natafellen
Onvoltooid deelwoord
natafellend
Voltooid deelwoord
nagetafeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.