Vervoeging van nasporen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

nasporen
to trace, to search, to investigate
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)spoor na
Verleden tijd (ik)spoorde na
Voltooid deelwoordnagespoord
Volledige vervoeging van het werkwoord nasporen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spoor na
jij spoort na (inversie: spoor na jij)
u spoort na
hij/zij/het spoort na
wij sporen na
jullie sporen na
zij sporen na

Verleden tijd

ik spoorde na
jij spoorde na
u spoorde na
hij/zij/het spoorde na
wij spoorden na
jullie spoorden na
zij spoorden na

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik naspoor
(dat) jij naspoort
(dat) u naspoort
(dat) hij/zij/het naspoort
(dat) wij nasporen
(dat) jullie nasporen
(dat) zij nasporen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik naspoorde
(dat) jij naspoorde
(dat) u naspoorde
(dat) hij/zij/het naspoorde
(dat) wij naspoorden
(dat) jullie naspoorden
(dat) zij naspoorden

Gebiedende wijs

Imperatief

spoor na

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

nasporen

Gerundium

nasporen

Onvoltooid deelwoord

nasporend

Voltooid deelwoord

nagespoord

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.