Vervoeging van naspelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

naspelen
to imitate
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)speel na
Verleden tijd (ik)speelde na
Voltooid deelwoordnagespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord naspelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik speel na
jij speelt na (inversie: speel na jij)
u speelt na
hij/zij/het speelt na
wij spelen na
jullie spelen na
zij spelen na

Verleden tijd

ik speelde na
jij speelde na
u speelde na
hij/zij/het speelde na
wij speelden na
jullie speelden na
zij speelden na

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik naspeel
(dat) jij naspeelt
(dat) u naspeelt
(dat) hij/zij/het naspeelt
(dat) wij naspelen
(dat) jullie naspelen
(dat) zij naspelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik naspeelde
(dat) jij naspeelde
(dat) u naspeelde
(dat) hij/zij/het naspeelde
(dat) wij naspeelden
(dat) jullie naspeelden
(dat) zij naspeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

speel na

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

naspelen

Gerundium

naspelen

Onvoltooid deelwoord

naspelend

Voltooid deelwoord

nagespeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.