Vervoeging van narekenen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

narekenen
to recalculate, to check one's calculations
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)reken na
Verleden tijd (ik)rekende na
Voltooid deelwoordnagerekend
Volledige vervoeging van het werkwoord narekenen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik reken na
jij rekent na (inversie: reken na jij)
u rekent na
hij/zij/het rekent na
wij rekenen na
jullie rekenen na
zij rekenen na

Verleden tijd

ik rekende na
jij rekende na
u rekende na
hij/zij/het rekende na
wij rekenden na
jullie rekenden na
zij rekenden na

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik nareken
(dat) jij narekent
(dat) u narekent
(dat) hij/zij/het narekent
(dat) wij narekenen
(dat) jullie narekenen
(dat) zij narekenen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik narekende
(dat) jij narekende
(dat) u narekende
(dat) hij/zij/het narekende
(dat) wij narekenden
(dat) jullie narekenden
(dat) zij narekenden

Gebiedende wijs

Imperatief

reken na

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

narekenen

Gerundium

narekenen

Onvoltooid deelwoord

narekenend

Voltooid deelwoord

nagerekend

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.