Vervoeging van nalaten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

nalaten
to leave behind, bequeath
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)laat na
Verleden tijd (ik)liet na
Voltooid deelwoordnagelaten
Volledige vervoeging van het werkwoord nalaten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik laat na
jij laat na
u laat na
hij/zij/het laat na
wij laten na
jullie laten na
zij laten na

Verleden tijd

ik liet na
jij liet na
u liet na
hij/zij/het liet na
wij lieten na
jullie lieten na
zij lieten na

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik nalaat
(dat) jij nalaat
(dat) u nalaat
(dat) hij/zij/het nalaat
(dat) wij nalaten
(dat) jullie nalaten
(dat) zij nalaten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik naliet
(dat) jij naliet
(dat) u naliet
(dat) hij/zij/het naliet
(dat) wij nalieten
(dat) jullie nalieten
(dat) zij nalieten

Gebiedende wijs

Imperatief

laat na

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

nalaten

Gerundium

nalaten

Onvoltooid deelwoord

nalatend

Voltooid deelwoord

nagelaten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.