Vervoeging van nabootsen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

nabootsen
to imitate, to mimic
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)boots na
Verleden tijd (ik)bootste na
Voltooid deelwoordnagebootst
Volledige vervoeging van het werkwoord nabootsen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik boots na
jij bootst na (inversie: boots na jij)
u bootst na
hij/zij/het bootst na
wij bootsen na
jullie bootsen na
zij bootsen na

Verleden tijd

ik bootste na
jij bootste na
u bootste na
hij/zij/het bootste na
wij bootsten na
jullie bootsten na
zij bootsten na

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik naboots
(dat) jij nabootst
(dat) u nabootst
(dat) hij/zij/het nabootst
(dat) wij nabootsen
(dat) jullie nabootsen
(dat) zij nabootsen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik nabootste
(dat) jij nabootste
(dat) u nabootste
(dat) hij/zij/het nabootste
(dat) wij nabootsten
(dat) jullie nabootsten
(dat) zij nabootsten

Gebiedende wijs

Imperatief

boots na

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

nabootsen

Gerundium

nabootsen

Onvoltooid deelwoord

nabootsend

Voltooid deelwoord

nagebootst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.