to go wrong, fail
Tegenwoordige tijd (ik)ga mis
Verleden tijd (ik)ging mis
Voltooid deelwoordmisgegaan
Volledige vervoeging van het werkwoord misgaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ga mis
jij gaat mis (inversie: ga mis jij)
u gaat mis
hij/zij/het gaat mis
wij gaan mis
jullie gaan mis
zij gaan mis
Verleden tijd
ik ging mis
jij ging mis
u ging mis
hij/zij/het ging mis
wij gingen mis
jullie gingen mis
zij gingen mis
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik misga
(dat) jij misgaat
(dat) u misgaat
(dat) hij/zij/het misgaat
(dat) wij misgaan
(dat) jullie misgaan
(dat) zij misgaan
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik misging
(dat) jij misging
(dat) u misging
(dat) hij/zij/het misging
(dat) wij misgingen
(dat) jullie misgingen
(dat) zij misgingen
Gebiedende wijs
Imperatief
ga mis
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
misgaan
Gerundium
misgaan
Onvoltooid deelwoord
misgaand
Voltooid deelwoord
misgegaan
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.