to lay bricks
Tegenwoordige tijd (ik)metsel
Verleden tijd (ik)metselde
Voltooid deelwoordgemetseld
Volledige vervoeging van het werkwoord metselen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik metsel
jij metselt (inversie: metsel jij)
u metselt
hij/zij/het metselt
wij metselen
jullie metselen
zij metselen
Verleden tijd
ik metselde
jij metselde
u metselde
hij/zij/het metselde
wij metselden
jullie metselden
zij metselden
Gebiedende wijs
Imperatief
metsel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
metselen
Gerundium
metselen
Onvoltooid deelwoord
metselend
Voltooid deelwoord
gemetseld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.