Vervoeging van meetorsen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

meetorsen
to carry along with difficulty
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)tors mee
Verleden tijd (ik)torste mee
Voltooid deelwoordmeegetorst
Volledige vervoeging van het werkwoord meetorsen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tors mee
jij torst mee (inversie: tors mee jij)
u torst mee
hij/zij/het torst mee
wij torsen mee
jullie torsen mee
zij torsen mee

Verleden tijd

ik torste mee
jij torste mee
u torste mee
hij/zij/het torste mee
wij torsten mee
jullie torsten mee
zij torsten mee

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik meetors
(dat) jij meetorst
(dat) u meetorst
(dat) hij/zij/het meetorst
(dat) wij meetorsen
(dat) jullie meetorsen
(dat) zij meetorsen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik meetorste
(dat) jij meetorste
(dat) u meetorste
(dat) hij/zij/het meetorste
(dat) wij meetorsten
(dat) jullie meetorsten
(dat) zij meetorsten

Gebiedende wijs

Imperatief

tors mee

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

meetorsen

Gerundium

meetorsen

Onvoltooid deelwoord

meetorsend

Voltooid deelwoord

meegetorst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.