Vervoeging van meegaan

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

meegaan
to go along
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)ga mee
Verleden tijd (ik)ging mee
Voltooid deelwoordmeegegaan
Volledige vervoeging van het werkwoord meegaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ga mee
jij gaat mee (inversie: ga mee jij)
u gaat mee
hij/zij/het gaat mee
wij gaan mee
jullie gaan mee
zij gaan mee

Verleden tijd

ik ging mee
jij ging mee
u ging mee
hij/zij/het ging mee
wij gingen mee
jullie gingen mee
zij gingen mee

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik meega
(dat) jij meegaat
(dat) u meegaat
(dat) hij/zij/het meegaat
(dat) wij meegaan
(dat) jullie meegaan
(dat) zij meegaan

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik meeging
(dat) jij meeging
(dat) u meeging
(dat) hij/zij/het meeging
(dat) wij meegingen
(dat) jullie meegingen
(dat) zij meegingen

Gebiedende wijs

Imperatief

ga mee

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

meegaan

Gerundium

meegaan

Onvoltooid deelwoord

meegaand

Voltooid deelwoord

meegegaan

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.