to communicate, to disseminate (share information)
Tegenwoordige tijd (ik)deel mee
Verleden tijd (ik)deelde mee
Voltooid deelwoordmeegedeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord meedelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik deel mee
jij deelt mee (inversie: deel mee jij)
u deelt mee
hij/zij/het deelt mee
wij delen mee
jullie delen mee
zij delen mee
Verleden tijd
ik deelde mee
jij deelde mee
u deelde mee
hij/zij/het deelde mee
wij deelden mee
jullie deelden mee
zij deelden mee
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik meedeel
(dat) jij meedeelt
(dat) u meedeelt
(dat) hij/zij/het meedeelt
(dat) wij meedelen
(dat) jullie meedelen
(dat) zij meedelen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik meedeelde
(dat) jij meedeelde
(dat) u meedeelde
(dat) hij/zij/het meedeelde
(dat) wij meedeelden
(dat) jullie meedeelden
(dat) zij meedeelden
Gebiedende wijs
Imperatief
deel mee
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
meedelen
Gerundium
meedelen
Onvoltooid deelwoord
meedelend
Voltooid deelwoord
meegedeeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.