Vervoeging van meebrengen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

meebrengen
to bring along, bring with
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breng mee
Verleden tijd (ik)bracht mee
Voltooid deelwoordmeegebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord meebrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breng mee
jij brengt mee (inversie: breng mee jij)
u brengt mee
hij/zij/het brengt mee
wij brengen mee
jullie brengen mee
zij brengen mee

Verleden tijd

ik bracht mee
jij bracht mee
u bracht mee
hij/zij/het bracht mee
wij brachten mee
jullie brachten mee
zij brachten mee

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik meebreng
(dat) jij meebrengt
(dat) u meebrengt
(dat) hij/zij/het meebrengt
(dat) wij meebrengen
(dat) jullie meebrengen
(dat) zij meebrengen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik meebracht
(dat) jij meebracht
(dat) u meebracht
(dat) hij/zij/het meebracht
(dat) wij meebrachten
(dat) jullie meebrachten
(dat) zij meebrachten

Gebiedende wijs

Imperatief

breng mee

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

meebrengen

Gerundium

meebrengen

Onvoltooid deelwoord

meebrengend

Voltooid deelwoord

meegebracht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.