to eat along with others, to join others for a meal
Tegenwoordige tijd (ik)eet mee
Verleden tijd (ik)at mee
Voltooid deelwoordmeegegeten
Volledige vervoeging van het werkwoord mee-eten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik eet mee
jij eet mee
u eet mee
hij/zij/het eet mee
wij eten mee
jullie eten mee
zij eten mee
Verleden tijd
ik at mee
jij at mee
u at mee
hij/zij/het at mee
wij aten mee
jullie aten mee
zij aten mee
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik mee-eet
(dat) jij mee-eet
(dat) u mee-eet
(dat) hij/zij/het mee-eet
(dat) wij mee-eten
(dat) jullie mee-eten
(dat) zij mee-eten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik meeat
(dat) jij meeat
(dat) u meeat
(dat) hij/zij/het meeat
(dat) wij meeaten
(dat) jullie meeaten
(dat) zij meeaten
Gebiedende wijs
Imperatief
eet mee
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
mee-eten
Gerundium
mee-eten
Onvoltooid deelwoord
mee-etend
Voltooid deelwoord
meegegeten
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.