Vervoeging van matsen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

matsen
to go easy on (someone) as a favour
weak
Tegenwoordige tijd (ik)mats
Verleden tijd (ik)matste
Voltooid deelwoordgematst
Volledige vervoeging van het werkwoord matsen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik mats
jij matst (inversie: mats jij)
u matst
hij/zij/het matst
wij matsen
jullie matsen
zij matsen

Verleden tijd

ik matste
jij matste
u matste
hij/zij/het matste
wij matsten
jullie matsten
zij matsten

Gebiedende wijs

Imperatief

mats

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

matsen

Gerundium

matsen

Onvoltooid deelwoord

matsend

Voltooid deelwoord

gematst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.