Vervoeging van marmeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

marmeren
to dye or paint in marble colour
weak
Tegenwoordige tijd (ik)marmer
Verleden tijd (ik)marmerde
Voltooid deelwoordgemarmerd
Volledige vervoeging van het werkwoord marmeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik marmer
jij marmert (inversie: marmer jij)
u marmert
hij/zij/het marmert
wij marmeren
jullie marmeren
zij marmeren

Verleden tijd

ik marmerde
jij marmerde
u marmerde
hij/zij/het marmerde
wij marmerden
jullie marmerden
zij marmerden

Gebiedende wijs

Imperatief

marmer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

marmeren

Gerundium

marmeren

Onvoltooid deelwoord

marmerend

Voltooid deelwoord

gemarmerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.