Vervoeging van marcheren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

marcheren
to march (walk with long, regular strides, as a soldier does)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)marcheer
Verleden tijd (ik)marcheerde
Voltooid deelwoordgemarcheerd
Volledige vervoeging van het werkwoord marcheren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik marcheer
jij marcheert (inversie: marcheer jij)
u marcheert
hij/zij/het marcheert
wij marcheren
jullie marcheren
zij marcheren

Verleden tijd

ik marcheerde
jij marcheerde
u marcheerde
hij/zij/het marcheerde
wij marcheerden
jullie marcheerden
zij marcheerden

Gebiedende wijs

Imperatief

marcheer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

marcheren

Gerundium

marcheren

Onvoltooid deelwoord

marcherend

Voltooid deelwoord

gemarcheerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.