Vervoeging van marchanderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

marchanderen
to haggle, to bargain
weak
Tegenwoordige tijd (ik)marchandeer
Verleden tijd (ik)marchandeerde
Voltooid deelwoordgemarchandeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord marchanderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik marchandeer
jij marchandeert (inversie: marchandeer jij)
u marchandeert
hij/zij/het marchandeert
wij marchanderen
jullie marchanderen
zij marchanderen

Verleden tijd

ik marchandeerde
jij marchandeerde
u marchandeerde
hij/zij/het marchandeerde
wij marchandeerden
jullie marchandeerden
zij marchandeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

marchandeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

marchanderen

Gerundium

marchanderen

Onvoltooid deelwoord

marchanderend

Voltooid deelwoord

gemarchandeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.