Vervoeging van mantelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

mantelen
to clothe with a coat or cloak
weak
Tegenwoordige tijd (ik)mantel
Verleden tijd (ik)mantelde
Voltooid deelwoordgemanteld
Volledige vervoeging van het werkwoord mantelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik mantel
jij mantelt (inversie: mantel jij)
u mantelt
hij/zij/het mantelt
wij mantelen
jullie mantelen
zij mantelen

Verleden tijd

ik mantelde
jij mantelde
u mantelde
hij/zij/het mantelde
wij mantelden
jullie mantelden
zij mantelden

Gebiedende wijs

Imperatief

mantel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

mantelen

Gerundium

mantelen

Onvoltooid deelwoord

mantelend

Voltooid deelwoord

gemanteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.