Vervoeging van mankeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

mankeren
to be sick, to ail
weak
Tegenwoordige tijd (ik)mankeer
Verleden tijd (ik)mankeerde
Voltooid deelwoordgemankeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord mankeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik mankeer
jij mankeert (inversie: mankeer jij)
u mankeert
hij/zij/het mankeert
wij mankeren
jullie mankeren
zij mankeren

Verleden tijd

ik mankeerde
jij mankeerde
u mankeerde
hij/zij/het mankeerde
wij mankeerden
jullie mankeerden
zij mankeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

mankeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

mankeren

Gerundium

mankeren

Onvoltooid deelwoord

mankerend

Voltooid deelwoord

gemankeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.