Vervoeging van losmaken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

losmaken
to make loose, to undo, unfasten
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)maak los
Verleden tijd (ik)maakte los
Voltooid deelwoordlosgemaakt
Volledige vervoeging van het werkwoord losmaken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik maak los
jij maakt los (inversie: maak los jij)
u maakt los
hij/zij/het maakt los
wij maken los
jullie maken los
zij maken los

Verleden tijd

ik maakte los
jij maakte los
u maakte los
hij/zij/het maakte los
wij maakten los
jullie maakten los
zij maakten los

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik losmaak
(dat) jij losmaakt
(dat) u losmaakt
(dat) hij/zij/het losmaakt
(dat) wij losmaken
(dat) jullie losmaken
(dat) zij losmaken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik losmaakte
(dat) jij losmaakte
(dat) u losmaakte
(dat) hij/zij/het losmaakte
(dat) wij losmaakten
(dat) jullie losmaakten
(dat) zij losmaakten

Gebiedende wijs

Imperatief

maak los

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

losmaken

Gerundium

losmaken

Onvoltooid deelwoord

losmakend

Voltooid deelwoord

losgemaakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.