Vervoeging van loslopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

loslopen
to walk without support
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop los
Verleden tijd (ik)liep los
Voltooid deelwoordlosgelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord loslopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop los
jij loopt los (inversie: loop los jij)
u loopt los
hij/zij/het loopt los
wij lopen los
jullie lopen los
zij lopen los

Verleden tijd

ik liep los
jij liep los
u liep los
hij/zij/het liep los
wij liepen los
jullie liepen los
zij liepen los

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik losloop
(dat) jij losloopt
(dat) u losloopt
(dat) hij/zij/het losloopt
(dat) wij loslopen
(dat) jullie loslopen
(dat) zij loslopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik losliep
(dat) jij losliep
(dat) u losliep
(dat) hij/zij/het losliep
(dat) wij losliepen
(dat) jullie losliepen
(dat) zij losliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop los

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

loslopen

Gerundium

loslopen

Onvoltooid deelwoord

loslopend

Voltooid deelwoord

losgelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.