to shoot a hole into something, causing a leak
Tegenwoordige tijd (ik)schiet lek
Verleden tijd (ik)schoot lek
Voltooid deelwoordlekgeschoten
Volledige vervoeging van het werkwoord lekschieten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schiet lek
jij schiet lek
u schiet lek
hij/zij/het schiet lek
wij schieten lek
jullie schieten lek
zij schieten lek
Verleden tijd
ik schoot lek
jij schoot lek
u schoot lek
hij/zij/het schoot lek
wij schoten lek
jullie schoten lek
zij schoten lek
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik lekschiet
(dat) jij lekschiet
(dat) u lekschiet
(dat) hij/zij/het lekschiet
(dat) wij lekschieten
(dat) jullie lekschieten
(dat) zij lekschieten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik lekschoot
(dat) jij lekschoot
(dat) u lekschoot
(dat) hij/zij/het lekschoot
(dat) wij lekschoten
(dat) jullie lekschoten
(dat) zij lekschoten
Gebiedende wijs
Imperatief
schiet lek
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
lekschieten
Gerundium
lekschieten
Onvoltooid deelwoord
lekschietend
Voltooid deelwoord
lekgeschoten
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.