2 verschillende werkwoorden « legeren »:
legeren — to alloy · legeren — to encamp, to base
to alloy
Tegenwoordige tijd (ik)legeer
Verleden tijd (ik)legeerde
Voltooid deelwoordgelegeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord legeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik legeer
jij legeert (inversie: legeer jij)
u legeert
hij/zij/het legeert
wij legeren
jullie legeren
zij legeren
Verleden tijd
ik legeerde
jij legeerde
u legeerde
hij/zij/het legeerde
wij legeerden
jullie legeerden
zij legeerden
Gebiedende wijs
Imperatief
legeer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
legeren
Gerundium
legeren
Onvoltooid deelwoord
legerend
Voltooid deelwoord
gelegeerd
to encamp, to base
Tegenwoordige tijd (ik)leger
Verleden tijd (ik)legerde
Voltooid deelwoordgelegerd
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik leger
jij legert (inversie: leger jij)
u legert
hij/zij/het legert
wij legeren
jullie legeren
zij legeren
Verleden tijd
ik legerde
jij legerde
u legerde
hij/zij/het legerde
wij legerden
jullie legerden
zij legerden
Gebiedende wijs
Imperatief
leger
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
legeren
Gerundium
legeren
Onvoltooid deelwoord
legerend
Voltooid deelwoord
gelegerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.