Vervoeging van lastigvallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

lastigvallen
to bother, to disturb
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)val lastig
Verleden tijd (ik)viel lastig
Voltooid deelwoordlastiggevallen
Volledige vervoeging van het werkwoord lastigvallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik val lastig
jij valt lastig (inversie: val lastig jij)
u valt lastig
hij/zij/het valt lastig
wij vallen lastig
jullie vallen lastig
zij vallen lastig

Verleden tijd

ik viel lastig
jij viel lastig
u viel lastig
hij/zij/het viel lastig
wij vielen lastig
jullie vielen lastig
zij vielen lastig

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik lastigval
(dat) jij lastigvalt
(dat) u lastigvalt
(dat) hij/zij/het lastigvalt
(dat) wij lastigvallen
(dat) jullie lastigvallen
(dat) zij lastigvallen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik lastigviel
(dat) jij lastigviel
(dat) u lastigviel
(dat) hij/zij/het lastigviel
(dat) wij lastigvielen
(dat) jullie lastigvielen
(dat) zij lastigvielen

Gebiedende wijs

Imperatief

val lastig

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

lastigvallen

Gerundium

lastigvallen

Onvoltooid deelwoord

lastigvallend

Voltooid deelwoord

lastiggevallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.