2 verschillende werkwoorden « laden »:
laden — to load (cargo, a weapon, data) · laden — to convocate
to load (cargo, a weapon, data)
Tegenwoordige tijd (ik)laad
Verleden tijd (ik)laadde
Voltooid deelwoordgeladen
Volledige vervoeging van het werkwoord laden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik laad
jij laadt (inversie: laad jij)
u laadt
hij/zij/het laadt
wij laden
jullie laden
zij laden
Verleden tijd
ik laadde
jij laadde
u laadde
hij/zij/het laadde
wij laadden
jullie laadden
zij laadden
Gebiedende wijs
Imperatief
laad
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
laden
Gerundium
laden
Onvoltooid deelwoord
ladend
Voltooid deelwoord
geladen
to convocate
Tegenwoordige tijd (ik)laad
Verleden tijd (ik)laadde
Voltooid deelwoordgelaad
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik laad
jij laadt (inversie: laad jij)
u laadt
hij/zij/het laadt
wij laden
jullie laden
zij laden
Verleden tijd
ik laadde
jij laadde
u laadde
hij/zij/het laadde
wij laadden
jullie laadden
zij laadden
Gebiedende wijs
Imperatief
laad
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
laden
Gerundium
laden
Onvoltooid deelwoord
ladend
Voltooid deelwoord
gelaad
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.