to acquit, to forgive (a debt)
Tegenwoordige tijd (ik)scheld kwijt
Verleden tijd (ik)schold kwijt
Voltooid deelwoordkwijtgescholden
Volledige vervoeging van het werkwoord kwijtschelden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik scheld kwijt
jij scheldt kwijt (inversie: scheld kwijt jij)
u scheldt kwijt
hij/zij/het scheldt kwijt
wij schelden kwijt
jullie schelden kwijt
zij schelden kwijt
Verleden tijd
ik schold kwijt
jij schold kwijt
u schold kwijt
hij/zij/het schold kwijt
wij scholden kwijt
jullie scholden kwijt
zij scholden kwijt
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik kwijtscheld
(dat) jij kwijtscheldt
(dat) u kwijtscheldt
(dat) hij/zij/het kwijtscheldt
(dat) wij kwijtschelden
(dat) jullie kwijtschelden
(dat) zij kwijtschelden
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik kwijtschold
(dat) jij kwijtschold
(dat) u kwijtschold
(dat) hij/zij/het kwijtschold
(dat) wij kwijtscholden
(dat) jullie kwijtscholden
(dat) zij kwijtscholden
Gebiedende wijs
Imperatief
scheld kwijt
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
kwijtschelden
Gerundium
kwijtschelden
Onvoltooid deelwoord
kwijtscheldend
Voltooid deelwoord
kwijtgescholden
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.