Vervoeging van kwijtraken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

kwijtraken
to lose, to cause (something) to cease to be in one's possession or capability
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)raak kwijt
Verleden tijd (ik)raakte kwijt
Voltooid deelwoordkwijtgeraakt
Volledige vervoeging van het werkwoord kwijtraken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik raak kwijt
jij raakt kwijt (inversie: raak kwijt jij)
u raakt kwijt
hij/zij/het raakt kwijt
wij raken kwijt
jullie raken kwijt
zij raken kwijt

Verleden tijd

ik raakte kwijt
jij raakte kwijt
u raakte kwijt
hij/zij/het raakte kwijt
wij raakten kwijt
jullie raakten kwijt
zij raakten kwijt

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik kwijtraak
(dat) jij kwijtraakt
(dat) u kwijtraakt
(dat) hij/zij/het kwijtraakt
(dat) wij kwijtraken
(dat) jullie kwijtraken
(dat) zij kwijtraken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik kwijtraakte
(dat) jij kwijtraakte
(dat) u kwijtraakte
(dat) hij/zij/het kwijtraakte
(dat) wij kwijtraakten
(dat) jullie kwijtraakten
(dat) zij kwijtraakten

Gebiedende wijs

Imperatief

raak kwijt

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

kwijtraken

Gerundium

kwijtraken

Onvoltooid deelwoord

kwijtrakend

Voltooid deelwoord

kwijtgeraakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.