to be in a poor condition, to be in poor health, to be in a bad state
Tegenwoordige tijd (ik)kwakkel
Verleden tijd (ik)kwakkelde
Voltooid deelwoordgekwakkeld
Volledige vervoeging van het werkwoord kwakkelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik kwakkel
jij kwakkelt (inversie: kwakkel jij)
u kwakkelt
hij/zij/het kwakkelt
wij kwakkelen
jullie kwakkelen
zij kwakkelen
Verleden tijd
ik kwakkelde
jij kwakkelde
u kwakkelde
hij/zij/het kwakkelde
wij kwakkelden
jullie kwakkelden
zij kwakkelden
Gebiedende wijs
Imperatief
kwakkel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
kwakkelen
Gerundium
kwakkelen
Onvoltooid deelwoord
kwakkelend
Voltooid deelwoord
gekwakkeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.