to work one's crutches, e.g. in order to pull oneself up from the ground
Tegenwoordige tijd (ik)kruk
Verleden tijd (ik)krukte
Voltooid deelwoordgekrukt
Volledige vervoeging van het werkwoord krukken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik kruk
jij krukt (inversie: kruk jij)
u krukt
hij/zij/het krukt
wij krukken
jullie krukken
zij krukken
Verleden tijd
ik krukte
jij krukte
u krukte
hij/zij/het krukte
wij krukten
jullie krukten
zij krukten
Gebiedende wijs
Imperatief
kruk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
krukken
Gerundium
krukken
Onvoltooid deelwoord
krukkend
Voltooid deelwoord
gekrukt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.